Het nageslacht

Het voortbestaan van het geslacht Zandbergen was omstreeks 1680 niet verzekerd. Integendeel, het zag er toen naar uit dat het nageslacht van Pieter Cornelisz Decker, althans in de mannelijke lijn, zou uitsterven. Want van diens 4 kleinkinderen waren er twee kinderloos overleden en de anderen waren al omstreeks 60 jaar oud en nog ongehuwd. Eén van die twee was Pancras Mattheusz. Hij is, op de leeftijd van 62 jaar, alsnog getrouwd. Met Jannetje van Roon, zijn dienstmeid, die hij enkele jaren voordien in zijn testament al royaal had bedacht. Het huwelijk werd buitengemeenschap van goederen gesloten. De materiële inbreng was dan ook erg ongelijk: bij de bruid bestond die uit geen andere dan in een weijninigh dagelikxse kleedere, linne ende wolle, buijten de welcke sij verklaerde geene andere goederen vooralsnogh ter werelt te hebben. Van dit echtpaar stammen alle leden van de familie Zandbergen af.

Hun zoon Mattheus trouwde in 1704 met Ermpje van der Leth, een Rijnsburgse. Hij vestigde zich in de geboorteplaats van zijn vrouw en was daar de eerste Zandbergen. Zijn nageslacht is talrijk, ter plaatse maar ook ver daarbuiten, tot in andere werelddelen.

De tweede zoon Jacob, bleef in Katwijk aan de Rijn wonen. Hij is drie maal getrouwd. Van zijn drie kinderen is er maar één gehuwd: de naar zijn grootvader genoemde Pank of Bankris. Diens huwelijk werd gezegend met 12 kinderen, waaronder een drieling: Casper, Melchior en Balthasar, geboren op 4 januari 1768. Slechts 3 van de 12 kinderen bereikten de huwbare leeftijd, twee dochters en een zoon: Cornelis. Daarmee hing het voortbestaan van deze “tak”aan een zijden draadje. Maar Cornelis kreeg 4 zonen, waarvan 3 zich in Zoeterwoude vestigden en één in Noordwijk-Binnen. Hun geslacht is omvangrijk.

Beroepen en maatschappelijke posities.

Vóór het jaar 1850 waren de Zandbergens vrijwel uitsluitend landbouwers of landarbeiders. Of, zoals ze vroeger heetten: bouwlieden en boerenknechts of boerendaggelders. Onder hen waren “grote”boeren en “kleine”boeren. Stamvader Pieter Corneliszoon Decker was een redelijke grote boer en zijn zonen waren dat eveneens. Vanaf generatie 3 waren de Zandbergens echter overwegend kleine boeren en boerenknechts. Afgaande op de boedelinventarissen, hadden deze boeren gemengde bedrijven, dat wil zeggen dat ze zowel landbouw als veeteelt bedreven. Tot de gewassen, die ze verbouwden behoorden: graan tarwe, en aardappelen. Sommige hadden ook vruchtbomen. Het vee bestond uit koeien, varkens en schapen.

Er was in voorgaande eeuwen een duidelijke relatie tussen welstand en maatschappelijke positie. Welstand, als die getoond werd, bijvoorbeeld in de vorm van grote boerderijen, rijtuigen en gouden sieraden, verleende als zodanig al sociaal aanzien. Maar de welgestelde waren ook de eestaangewezenen voor het bekleden van de openbare functies, zoals schepen, burgemeester of ambachtsbewaarder, Heilige Geest- en kerkmeester. En ook die droegen bij tot de status in de dorpsgemeenschap.

Pieter Corneliszoon Decker was, evenals zijn drie zonen en kleinzoon Jan Corneliszoon Zandbergen, schepen van Voorhout. Van hun uitgebreide nageslacht in Rijnsburg heeft  vóór 1800 niemand “op het kussen gezeten”zoals het bekleden van een openbaar ambt wel genoemd werd. Voor een deel is dat te verklaren uit het feit, dat Rooms Katholieken voor het jaar 1795 geen toegang hadden tot deze ambten.

In de 19e en 20e eeuw zijn ook in Rijnsburg enkele Zandbergens in betere doen gekomen. En in de gemeenteraad hebben inmiddels ook Zandbergens gezeten. Eén, die jarenlang wethouder was, is zelfs ereburger van deze gemeente geworden.

Kerkelijke richtingen

Het is niet bekend bij welke kerk de Deckers in Voorhout behoorden. Er is daar geen kerkelijke administratie bewaard gebleven uit die tijd. Maar uit het feit dat ze allemaal in de schepenbank hebben gezeten, mag worden afgeleid dat ze Nederduits Gereformeerd waren. Daarop wijst overigens ook het huwelijk van Mattheus Pieterszoon in Hooglandse Kerk te Leiden. Diens zoon Pancras trouwde – zoals eerder vermeld – in de Nederduits Gereformeerde Kerk te Katwijk aan de Rijn. In die kerk liet hij ook zijn twee zoons dopen. Maar ie twee, Mattheus en Jacob, lieten hun huwelijk in de Rooms Katholieke Kerk in Oegstgeest inzegenen.

Het waarom van deze terugkeer naar de Moederkerk is duister. Maar door die overgang behoorde op een gegeven moment het gehele geslacht Zandbergen – toen nog bestaande uit twee gezinnen – tot de parochianen van de pastoor van Oegstgeest. Het nageslacht van Jacob is Rooms Katholiek en twee als Nederduits Gereformeerd te boek. En zo is het steeds gebleven: een deel van het geslacht van Katholiek en een deel was Protestants. Onder de Protestanten waren ook enkele Remonstrantse gezinnen.

Tot slot

Deze overwegingen gelden ook voor het verschijnen van dit familierelaas. Het onderzoek is niet af. Familieleden die, na het lezen van deze website, zelf ook eens in de archieven willen  “duiken”kunnen daar nog interessante vondsten doen. Misschien wel zoveel, dat deze site nog uitgebreider kan worden dan die nu al is.

Het afsluiten van een familie-onderzoek is zelden een onverdeeld genoegen. Want vrijwel altijd is de genealoog er zich pijnlijk van bewust, dat er hem bekende, en mogelijk hem nog onbekende, bronnen zijn, die hij niet (meer) heft kunnen raadplegen. Wat zouden die nog voor verrassends materiaal voor de familiegeschiedenis hebben kunnen opleveren….