Decker / Zandbergen

Waar kwam Pieter Corneliszn vandaan en waarom heette hij Decker?. En hoe is de naam Zandbergen ontstaan?. Het antwoord op deze vragen is (nog) niet te geven. Men kan alleen maar gissen. En dat is bij het onderzoek natuurlijk gedaan. Decker de gebruikelijke afkorting voor rietdekker, een vakman die in vroeger tijd, toen dakpannen nog weinig gebruikt werden, in vrijwel elk dorp te vinden was. Maar Pieter Corneliszoon was geen rietdekker. Hij was boer. Bij hem fungeerde “Decker” niet als beroepsnaam, maar als familienaam. Zijn drie zonen, die ook geen van allen rietdekker waren, noemden zich ook Decker. De meest voor de hand liggende verklaring is dat vader of grootvader van Pieter Corneliszoon het rietdekkers vak heeft uitgeoefend.

De naam Zandbergen wordt in 1652 voor het eerst gebruikt door Jan Corneliszoon Decker. Zijn neef Pancras Mattheuszoon is die naam pas omstreeks 1675 gaan gebruiken.

Waar komt die naam vandaan?

Er zijn tot nu toe twee veronderstellingen. De eerste is aangedragen door Martin en Ria Zandbergen. Die zijn namelijk in Voorhout wezen kijken op de plaats, waar de boerderijen van Pieter Corneliszoon Decker moeten hebben gestaan. Die boerderijen staan namelijk op een oude landkaart van de abdij Leeuwenhorst aangegeven.

De vergelijking met een recente kaart, is vrijwel nauwkeurig te bepalen waar dat is geweest. Zij kwamen erachter, dat die plaats nog steeds bekend staat als “de Bult”, naar een soort uitloper van de duinen, die hier eens lag, maar die geleidelijk aan is afgegraven. Het zand is afgevoerd, onder meer naar Leiden om er de grond voor een nieuwe stadswijk mee op te hogen. De “Zandsloot” begon (al in die tijd van Pieter Corneliszoon Decker) vlak bij diens boerderijen. Voorstelbaar is dat daar vaak bergen zand, klaar voor vervoer, hebben gelegen. Zou die bult, of zouden die bulten, of die zandhopen de bergen zijn geweest waar de bewoners zich zijn gaan noemen.

De tweede veronderstelling gaat uit van het feit, dat er in Oost- Vlaanderen een plaatsje ligt dat Zandbergen heet.

Uit die streek zijn in die tijd waarin Pieter Corneliszn Decker in Voorhout opduikt, duizenden mensen weggetrokken voor het oorlogsgeweld, waarmee ze daar regelmatig te maken hadden. De Protestanten onder hen, die bovendien onder toenemende geloofsdruk kwamen te staan, vluchten veelal in noordelijke richting. In Leiden en omgeving hebben velen een nieuwe woonplaats gevonden. Door de toevloed van Vlamingen vermeerderde het aantal inwoners van Rijnsburg, bijvoorbeeld tussen 1561 en 1623 van circa 850 tot 1337. Ze kregen daar in 1587 zelfs een eigen predikant. Pieter Corneliszn Decker was (zeer waarschijnlijk) Protestant. Anders dan in Rijnsburg, waren dat er in Voorhout maar weinig