Genealogische Onderzoek

Een genealogie of stamboom is simpel gezegd, een overzicht van de nakomelingen van een “Stamvader”. Een genealogie wordt alleen uitgewerkt in mannelijke lijn, dat wil zeggen: via de zonen, omdat die lijn doorgaans de familienaam wordt doorgegeven. Genealogen of familieonderzoekers stellen zulke overzichten samen: de uiteindelijke resultaten van – meestal  jarenlange- inspanningen. Sommigen doen dat in de vorm van een fraai getekende, vruchtdragende (stam)boom, waarin de namen van de voorouders met de data van hun geboorte, huwelijk en overlijden in gekalligrafeerde letters staan vermeld. Anderen kiezen voor het uitgeven van een “familieboek”, waarin zij voor zichzelf willen vastleggen en aan andere doorgeven, wat zij, onder meer door het bezoeken van archieven, het napluizen van oude kranten en correspondentie met familieleden, over hun voorgeslacht aan wetenswaardige verzameld hebben.

Hoe werkt een genealoog? Meestal start hij met het bijeenbrengen van gegevens over zijn grootouders en overgrootouders. Als die  in de familie niet meer (volledig) bekend zijn, bieden de registers van de burgerlijke stand uitkomst.

Wie getrouwd is en kinderen heeft, is al enkele malen in contact gekomen met de burgerlijke stand. Op de trouwdag en bij het aangeven van de geboorte van een kind, worden ter gemeentesecretarie twee akten opgemaakt die de vader resp. bruid en bruidegom moeten ondertekenen. Die akten worden bewaard;één in het gemeentehuis en één bij de arrondissementrechtbank. Na verloop van tijd worden de exemplaren van de rechtbank overgebracht naar een provinciaal rijksarchief en daar liggen ze voor iedereen gratis ter inzage. Via de geboorte, huwelijk- en overlijdensakten is het vrij eenvoudig het voorgeslacht terug te zoeken tot aan het begin van de 19e eeuw, om precies te zijn: tot 1811, toen de burgerlijke stand werd ingevoerd op bevel van keizer Napoleon, die het toen in de voormalige Republiek der Verenigde Nederlanden voor het zeggen had. Vóór dat jaar is de familie onderzoeker aangewezen op de doop, trouw- en begraafboeken, die door de kerken werden bijgehouden. In de ene plaats gebeurde dat secuur, in een keurig handschrift, in de andere plaats werd er in alle opzichten met de pet naar gegooid. Bovendien zijn er nogal wat van die kerkboeken verloren geraakt, door brand, vocht of doordat ze als oude rommel zijn weggegooid!

Maar ook doop- en trouwboeken zijn er niet altijd geweest. In Nederland werden de eerste rond 1575 in gebruik genomen. Als men veel geluk heeft, kan men via deze kerkelijke administratie tot het laatste kwart van de 16e eeuw terugkomen.

De gegevens die in de registers van de burgerlijke stand en in de doop, trouw- en begraafboeken staan, zijn namen en data.  Erg belangrijk natuurlijk voor het vaststellen van de afstamming. Maar ze zeggen weinig over personen zelf. Gelukkig zijn er andere bronnen, die daar informatie over geven. Om een paar belangrijke te noemen: de oude rechterlijke archieven. Daarin bevinden zich civielrechtelijke en criminele processen. Daarnaast de notariële archieven, waarin onder andere testamenten, boedelinventarissen, boedelscheidingen en voogdijstellingen zijn te vinden. Andere bronnen zijn de archieven van de weeskamers en de kohieren van de belastinggaarders.

Onderzoekmodellen

Stamboomonderzoek is een verzamelnaam voor verschillende vormen van onderzoek. Als iemand zegt dat hij zijn stamboom aan het uitzoeken is dan weet u door deze mededeling eigenlijk niet meer dan dat hij gegevens verzamelt over verwante familieleden. Nadere informatie is nodig om te weten welke verwanten het onderwerp van onderzoek zijn. Dan kan vastgesteld worden met welke vorm van onderzoek iemand bezig is, welke onderzoekmodel hij volgt. De verschillende onderzoekmodellen hebben hun eigen naam. Wilt u bijvoorbeeld de herkomst en betekenis van de familienaam weten, dan werkt u in rechte mannelijke lijn terug in de tijd, op zoek naar de voorvader die als eerste de familienaam is gaan gebruiken. U maakt dan een stamreeks. De oudst bekende voorvader in rechte mannelijke lijn is de stamvader
.
Van deze reeks bestaat ook een vrouwelijke variant, waarbij u de vrouwelijke lijn volgt: moeder, grootmoeder, overgrootmoeder, betovergrootmoeder, enzovoort. Dit wordt een matrilineaire reeks genoemd.

Bij het maken van een kwartierstaat worden de gegevens van alle voorouders verzameld van één bepaalde persoon: zijn (of haar) ouders (2), grootouders (4), overgrootouders (8), betovergrootouders (16), enzovoort. Elke generatie verder terug verdubbelt het aantal voorouders (“kwartieren”). De persoon waarvan de kwartierstaat wordt gemaakt noemt men de proband.

De onderzoekvormen die we tot nu toe beschreven werken terug in de tijd. Ze volgen de verwanten in opklimmende of opgaande lijn, de ascendenten.
Daarnaast zijn er onderzoekvormen die vanuit het verleden de dalende lijn volgen richting van het heden, op zoek naar afstammelingen ofwel desendenten. Dit zijn de genealogie en de parenteel.

Gaat u uitzoeken wie er in mannelijke lijn van uw stamvader en zijn echtgenote(s) afstammen, dan maakt u de genealogie van uw familie.
U begint met het gezin van de stamvader. U verzamelt de gegevens van zowel zoons als de dochters, maar zet het onderzoek uitsluitend voort met de zoons. Ook van hen noteert u de gegevens van het gezin, om de uitwerking daarna te volgen met hun zoons, enzovoort.

Werkt u de afstammelingen ook in vrouwelijke lijn uit dan maakt u een parenteel.
Nemen we hetzelfde gezin van de stamvader als uitgangspunt dan noteert u ook de gegevens van het gezin van de dochters, van hun zonen èn dochters, enzovoort.